Nieuwe uitdaging met Lotharingerdwerg
Home » Rasbeschrijving

46 a Lotharinger Dwerg

Het land van oorsprong is Duitsland.
In Nederland erkend in 2010

Genetische symbolen voor driekleur zwart:

 Zie Rijnlander blz 171.

Puntenschaal Groep 2 Tekening

Pos.

Onderdeel

Punten

1

Gewicht

  10

2

Type Bouw en Stelling

  20

3

Pels: structuur en conditie

  20

4

Koptekening

  15

5

Lichaamstekening

  15

6

Kleur

  15

7

Lichaamsconditie en verzorging

    5

 

Totaal

100

 1. Gewicht

Het gewicht is 1250 tot 1750 g. 

Puntenschaal voor gewicht:

Gew.(g)

1250-1330

1340-1440

1450-1650

1660-1750

Punten

8

9

10

9

2. Type,bouw en stelling

Het lichaam is gedrongen ( typegroep C) met relatief brede schouders en achterhand. De benen zijn recht, stevig en niet te lang met korte gesloten voorvoeten. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. De kop is krachtig ontwikkeld met breed voorhoofd, brede snuit en goed ontwikkelde kaken en wangen. De oorlengte is 5,5-7,5cm, ideaal is 6,5cm. De oren worden V-vormig tot nauwsluitend gedragen, zijn goed afgerond zonder vouwen of plooien en goed behaard, het geheel in harmonie met het lichaam. Het lichaam van de voedster onderscheidt zich nauwelijks van die van de ram.

3. Pels en pelsconditie:
De pels is iets korter als normaal, dicht ingeplant en heeft een normale hoeveelheid onderhaar. Pels conditie: zie het algemene gedeelte 

4. Koptekening Vlinder: De vlinder, waarvan de vleugels de onderkaak dun omzomen, bestaat uit twee gelijke en gelijkvormig afgeronde vleugels, welke op beide zijden van de snuit liggen in beide mondhoeken eindigen en strak begrensd zijn.
Doorn: De doorn, is aan de bovenzijde fraai afgerond en bevindt zich midden op het midden van de neusrug. De ideale lengte van de doorn is 0,5 cm.
Oogringen: De oogringen zijn goed gesloten en overal van dezelfde breedte
Wangstippen: De beide wangstippen bevinden zich op de plaats waar zich het alleenstaande wanghaar op elke wang bevindt. Ze zijn rond of ovaal van vorm en zijn los van de oogring
Orenkleur. De oren zijn gekleurd, passend bij de hoofdkleur. De begrenzing aan de oorbasis is zo strak mogelijk.
De koptekening is verder vrij van vlekjes of vlekken(vliegentekening), bij een ideaal getekend dier behoort een reine kop.  

5. Lichaamstekening Aalstreep: De aalstreep begint direct achter de oren in de nek en loopt, zonder enige onderbreking, als een strak begrensde streep over de rug tot aan de staartbasis. Hoe gelijkmatiger en strakker deze streep is, hoe beter. De ideale breedte van de aalstreep is 1,5 cm. De bovenzijde van de staart heeft zoveel mogelijk dezelfde kleur als de aalstreep en vormt zodoende de voortzetting daarvan tot aan het uiteinde van de staart
Zijdetekening: De vlekken van de zijdetekening zijn op beide zijden van het lichaam regelmatig verdeeld en gelijk in aantal. Ideaal is 4 tot 7 ronde en strak begrensde vlekken met een middellijn van ongeveer 1,5 cm op elke zijde.
De zijdetekening zit op de achterste helft van het lichaam. De tekening welke daarvoor zit, wordt als kettingtekening beschouwd. 

6 Kleur: De kleur is wit, waarop het hierboven omschreven tekeningbeeld duidelijk uitkomt.  De Lotharinger dwerg is erkend in de kleuren zwart, bruin, blauw en driekleur zwart/roodgeel. De oogkleur is in overeenstemming met de kleur van de tekeningbeelden. De nagels zijn kleurloos. De snorharen hebben de kleur van het tekeningbeeld waarin ze staan.
Zie verder het algemene gedeelte en voor de kleur en kleurverdeling bij driekleur het ras Rijnlander

7 Lichaamsconditie en verzorging Zie algemene gedeelte. 

Lichte fouten
Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw.  Scheve, gespleten, iets korte, iets lange,  iets spitse of iets platte doorn. Iets diep ingesneden doorn aan de vlinder.  Ontbreken van de onderkaakomzoming. Onscherp belijnde vlindervleugels, zoals met uitlopers of haakjes. Ongelijke vlindervleugels. Gesloten vlinder op de onderkaak. Gekleurd vlek(je) op de onderkant kin binnen de lijn van de vlindervleugels.
Oogringen ongelijk van grootte, niet strak belijnd, iets breed of iets hoekig. Oogringen welke iets hoog naar de oren oplopen, of iets diep naar de vlinder af zakken. Wit vlekje in bovenzijde oogring.
Iets hoog liggende wangstip of wangstippen. Wangstippen van ongelijke grootte. Twee eenkleurige (zwart of roodgeel) wangstippen bij driekleur.
Oorbegrenzing, welke iets hoog begint, maar nog geen 1 cm van de oorbasis verwijderd is. Witte vlekjes op de oren bij de ooraanzet en die zich niet hoger dan 1 cm van de oorbasis op de oren bevinden.
Onderbroken aalstreep voor de schouderbladen in de nek. Onderbroken aalstreep onder de opgeslagen staart. Plotseling verbreding van de aalstreep. Uitloper, niet groter dan 1 cm, aan de aalstreep. Losstaand vlekje binnen 1 cm bij de aalstreep. Wit vlekje in de nek en voor de schouderbladen. Wit vlekje, streepje of iets lichte kleur bovenzijde staart.
Niet gelijkvormige zijdetekening. Zijdetekening die iets ver naar de aalstreep oploopt of iets laag geplaatst is. Iets ijle of iets samenhangende zijdetekening. Vlekken die minder dan 1 cm van de aalstreep zijn verwijdert, tellen niet als kettingvlek. Opgesloten witte pluis in zijdetekening. Vlekken op buik, achterbenen of onderkant van de staart.
Niet intense kleur van de tekening. Enkele witte haren in de tekeningbeelden. Iets lichte oogkleur. Gekleurde nagel(s) aan de achterbenen.
Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte. 

Zware fouten

Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw.
Witte vlek in de vlinder. Ontbreken van doorn. Vastzitten van een of beide oogringen aan de vlinder of aan de oorkleur. Ontbreken van een of beide wangstippen. Vastzitten van een of beide wangstippen aan de oogringen. Te veel overtollige vlekken op de kop(vliegentekening). Vlek of vlekjes in halsstreek of kin, die buiten de  vlindervleugels vallen. Oplopend wit of losstaande witte vlekjes op de oren, hoger dan 1 cm, van de oorbasis.
Onderbroken aalstreep, m.u.v. nek en onder opgeslagen staart. Te grote uitlopers, langer dan 1 cm, aan de aalstreep.
Kettingvlekken. Hieronder worden verstaan, vlekken die op een afstand van 1 cm of meer van de begrenzing van de aalstreep staan en zich bevinden op de voorste helft van de zijden. Minder dan 3 zijdevlekken op een of beide zijde, achterbeen vlekken tellen niet mee. Te grote samenhangende zijdetekening. Teveel witte haren in tekeningbeelden. Te lichte oogkleur. Gekleurde nagel(s) aan de voorbenen. Gekleurde vlekken aan voorbenen.
Bij driekleur:  Het ontbreken van zwart of roodgeel in een van de tekeningbeelden, met uitzondering van de wangstippen
Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte.

 

 

 

 

 

Rasbeschrijving